Herenthoutse Karnavalvereniging Peer Stoet vzw

Oudste vastenavondstoet sinds 1892

Prins 2017

Kristof  Micha 44

Nacht van Herenthout 2017

De voorverkoop is gestart op de volgende plaatsen.

Cafe De Kroon 
Markt
tot za 25/2 16u

GOC Ter voncke  
Vonckstraat
tot za 25/2

Dagbladhandel Aktueel 
Vonckstraat 
tot ma 27/2 16u

Dagbladhandel 't Krantje 
Molenstraat 
tot ma 27/2 16u

Stoetmagazijn 
Kloosterstraat 
op Woe van 19u tot 20u
en za van 10u tot 11.30u

Prijs : 10 euro
met kaart zeker binnen.

Kalender

Zaterdag 18 februari 2017

Wijkbal GOC vanaf 20 uur

 

Zondag 26 februari 2017

Carnavalstoet in het centrum van Herenthout vanaf 13.30 uur

 

Maandag 27 februari 2017

Nacht van Herenthout in zaal GOC Ter Voncke en tent 20.30 uur

 

Dinsdag 28 februari 2017

Kindercarnaval in zaal GOC Ter Voncke en tent 14 uur

 

Zondag 5 maart 2017

Carnavalstoet in het centrum van Herenthout vanaf 13.30 uur

 

 

In den beginne

Vastenavond. Februari 1882.

De lokale toneelkring speelt een komedie. De succesvolle voorstelling verloopt niet zonder moeilijkheden. Na het slotapplaus weigert het doek te vallen.

Flor Hoegaerts - alias 'den Bots'- speelt de molenaar. De ochtend nadien trekt hij voor de leut zijn theaterkostuum weer aan. Flor schminkt zich, plakt een valse snor onder zijn neus en gaat de straat op. 

Een veekoopman zet den Bots op een witte hengst. Van kroeg tot kroeg groeit het gezelschap aan tot een bonte stoet van mensen. 

Tussen de talrijke borrels borrelt het idee op om de spontane optocht een jaar later opnieuw te organiseren. De pleziermakers leggen hun laatste centen bijeen en vormen de allereerste stoetkas. Zo ontstond de Herenthoutse carnavalstoet. 

Er bestaan geen officiële documenten die deze anekdote bewijzen. René Bossaerts tekende het verhaal op in '49 nadat het generaties over de tong ging.

Al lijkt het steekt te houden dat het Herenthouts carnaval ontstond uit theater. 'De stoet van Huirtuit' is immers geen klassieke optocht met praalwagens of rijkelijke uitgedoste carnavalisten. In onze stoet primeert het straattoneel, met dans en sketch. 

Het is onduidelijk wat er gebeurt in de jaren na die eerste spontane optocht. Stoetkundigen vermoeden dat het initiatief van 'den Bots' uit de hand liep. Waarschijnlijk zetten jaar na jaar steeds meer Herenthoutenaren de bloemetjes buiten rond carnaval. Deze snel groeiende traditie kon wel eens een doorn in het oog zijn van gemeente en kerk die goed fatstoen hoog in het vaandel droegen. 

De gemeenteraad keurt alleszins in de zitting van 9 januari 1892 een toelage goed. Deze subsidie is ten voordele van een 'inrichtingscomiteit samengesteld uit treffelijke en aanzienlijke burgers te einde toelating te bekomen om met vastenavond eenen historischen stoet te mogen inrichten'. 

De groep moet dus bestaan uit 'aanzienlijke burgers' en hun act 'historisch' zijn. Met die slimme voorwaarden hoopt de gemeente de carnavalsteugels wat in de hand te houden. Het bestuur laat ook noteren dat 'de vermakelijkheden op een zedige, deftige en treffelijke wijze' moeten verlopen.

Tot 1939

Magere dinsdag, 14 februari 1893.

Een kleine stap voor de mens, een grote voor de stoeter. De allereerste officiële 'Luisterrijke, geschiedkundige en vermakelijke vastenavondstoet - met goedkeuring der Gemeente-Overheid' trekt door het dorpscentrum. 

Negentien groepen vieren mee. Zij staan keurig vermeld op de oudste affiche uit ons stoetarchief. Er was zelfs al een stoetbestuur, waarin toenmalig burgemeester J.H. Verbist een oogje in het zeil hield. De gemeente houdt woord en geeft vijftig frank subsidies. 

Ons oudste bewaarde carnavalslied ontstaat ergens tussen 1882 en 1893. De muziek zijn we kwijt, maar de tekst klinkt als volgt: "Ik zing van vrede, vreugd en leven, dees blijden Carnaval. Geen dag kan meer plezier geven, in Herenthout vooral."

De prachtige kleurrijke affiches die rond de eeuwwisseling verschijnen, vermelden vooral historische acts. De Slag in het Bloedendaal. Intrede van Leopold II te Herenthout, de Boerenkrijg, Uitdrijving van de Hollanders in 1830. Het Leger der Boskers. De slachtoffers van Robespierre. Het carnaval lokt volk van wijd en zijd. Dat bewijzen de zwartwitte postkaarten van Herenthout Karnaval die destijds in omloop zijn. 

De eerste wereldoorlog is geen tijd om carnaval te vieren. De grote oorlog verdeelt ons dorp tot jaren na de wapenstilstand in kampen. "Toch ging de stoet uit in de naoorlogsje jaren", beweren bejaarde stoeters. Al ging het dan allicht eerder om losse groepen dan om een georganiseerde stoet. Er zijn amper foto's van deze periode. De reden? René Bossaerts geeft van '21 tot '27 les in Oostende. En de meester was toen de enige Herenthoutenaar met een fototoestel. 

Pas in de late jaren twintig schiet de stoet weer echt uit de startblokken. De stoeters zoeken hun inspiratie niet langer louter in het verleden. Er zijn nog wel act als de Keizer en de Keizerin van China, Willem Tell en Jonas in de Walvis. Maar in '33 is er ook het maatschappijkritische nummer De Werkloosheid opgelost. Enkele stoeters kijken in '35 in de toekomst met Fonograaf in 1950. Lilliputers met grote kinderen zorgen voor een heel luchtige noot. In '37 toont de stoet zelfs De Vesuvius in werking.

Al zit één groep in '39 akelig dicht op de realiteit. De laatste sketch van die optocht heet 'Verassingen'. En die onaangename verrassing steekt een jaar later de wereld in brand. Waardoor de stoet weer stil op stal blijft. Dit keer tot '49.

Al kriebelt het in '46 al om weer carnaval te vieren. Na de oorlog gaat geen gelegenheid voorbij om een optocht te houden. Zo zijn er in '46 en '50 gelegenheidsstoeten om de nieuwe pastoors te verwelkomen. Ook elk gouden jubileum is een aanleiding voor een optocht. En op 10 maart '49 trekt een feestelijke parade door het dorp voor de kersverse Belgische bokskampioen Stan Reypens. 

In februari '49 vertrekken opnieuw 27 groepen. Toeschouweren genieten van de Sneeuwvlokkendans, de Moderne Tandentrekkerij, een Afdeling der Atoomenergie en de Lustige Gezellen. De krant Het Volk bloklettert op 28 februari '49: 'Prins Karnaval op luisterrijke wijze te Herenthout onthaald'. Mooi woorden, alleen... we hadden helemaal geen prins.

De jaren '50 tot '70

Jaren vijftig - wijken voor prinsen 

Prins Richard den Eerste. Onze allereerste prins Richard Bastijns was net als 'den Bots' een begenadigd toneelspeler. Handig want een rijnlandprinsenkostuum hebben de eerste vijf prinsen niet, ze trekken dus een toneelkostuum aan.

De stoetomloop is prachtig verlicht. Om de vijftien meter staan kleurrijke houten lichtbakken. Ook de stoet schittert. Het programma vermeldt tot de verbeelding sprekende groepen zoals Het Onregelmatig Huisgezin, In het Witte Paard, Bezoek van Keizer Karel aan 't Prinsenhof in 1535, De Zes dagen van Antwerpen en Filmartiesten op vakantie in Europa.

Wijkbesturen vormen de stuwende kracht achter zoveel stoetenergie. Elke wijk levert zijn stoetgroepen en dat zorgt voor een gezonde concurrentie. In elke wijk wonen een paar promotoren die de spreekwoordelijke kar trekken. Enkele 'wijkmeesters' uit nostalgie:
- Jos Schoeters, Miel Sprengers, Stan Mans, de Fok, Witteke Reypens, Gust van de Gerde, Pol van Muizen, de Suisse, Gusje Cambré en Kuille Hus voor wijk Molenstraat.
- Maurice Helsen, Nest Van Herck, Fons Beeck en Mon Oltenfreiter voor wijk Botermarkt.
- Den Duim, Jules Meulemans, Nand Hoek, Guy van Polle, Jos van Mogh en Nand uit den Uil in wijk Vonckstraat. 
- René Bossaerts, Bertha van de Gerde, Witte Geit, Jef van Matten en Jules Drijbooms in wijk Jodenstraat. 

Tienduizenden toeschouwers zakken af naar het stoetersdorp. Onze carnavalsreputatie ontstijgt de dorpsgrenzen en stoeters krijgen uitnodigingen voor optochten in den vreemden. De wijk Jodenstraat wint in '50 de Cavalcade van Antwerpen met hun Japanese Dans. In '52 scoren wijk Molenstraat en Vonckstraat ex aequo goud in Schaarbeek met hun Egyptische Idylle en Houten Soldaatjes.

Herenthout zelf presenteert in '53 de zestigste stoet. Een editie grand cru met succesgroepen zoals Csardas, Balerino's van de Opera van Calvados, Assepoes, Tarentella en het Kaartspel.

De grammofoonplaat doet begin jaren vijftig zijn intrede. Bij zo'n pick-up was het vooral zaak om het 'pinneke' 'into de groef' te houden. Een beetje hossen op de wagen was er dus zeker niet bij. Daarom doen dansgroepen tot ver in de jaren zeventig vaak beroep op echte muzikanten. De blazers waren wekenlang dagelijks van huis om te repeteren. En maar blazen... In '55 neemt een groep speciaal voor hun act een plaat op. Van dit collectors item zijn maar enkele exemplaren gedrukt. Peer Stoet bezit geen exemplaar. Wie weet heeft u wel een stoetschat op zolder? 

In '57 defileren onze acht prinsen in zwart-wit polonaise op de gloednieuwe televisie. Ook stoeters Louis Verheyen, Laurent Corthout, Jos Van den Broeck, Fons Cambré en Jules Meulemans met zijn sprekende pop Sooi laten indruk na. Helaas kondigt een verwarde presentator onze 'Huirtuitse' delegatie aan, als een carnavalsgroep uit... Aalst. Een teken aan de wand? Misschien, want na de hoogmoed volgt de val.

Jaren zestig: gold en old

De golden sixties golden zeker niet voor onze stoet. Het jaar '62 vormt een historisch dieptepunt. De helft van de groepen komt van buiten Herenthout. Bovendien zijn het dan nog vaak muziekkorpsen. Peer Stoet probeert het tij te doen keren door vreemde groepen in '63 en '64 zoveel mogelijk te bannen.

Jef Van Beylen publiceert in '65 een wanhopig pamflet. "Zijt U bereid of niet met ons samen te werken om onze eens zo vermaarde stoet terug op te bouwen", roept de secretaris op. De noodkreet bereikt vooral senioren. Een heleboel stoeters op rust, sommigen vlot de zeventig gepasseerd, geeft de jeugd het nakijken.

Die jeugd verzamelt zich destijds in de kroeg van prins Stan II. Stan en een handvol doorwinterde stoeters dragen in '67 Peer Stoet ten grave. Deze wanhoopsdaad blijkt een breekpunt. Net op tijd schijnt de jeugd te beseffen dat deze mooie traditie niet mag uitsterven. De stoet krijgt weer moed vanaf '68, en daarom is dit jaar dus zo legendarisch. Jongeren vormen voortaan groepen over de wijkgrenzen heen. De jeugdige onstuimigheid leidt in '69 tot het eerste verkleed bal op maandag.

De auto maakt mensen mobieler. Steeds meer Herenthoutenaren werken buiten de dorpsgrenzen, temeer omdat 'den diamant' niet meer blinkt. Een buitendorpse patron is helaas doorgaans niet zo gul met 'carnavalcongé'. Daarom beslist Peer Stoet in '70 om er niet langer op zondag en dinsdag uit te trekken. De twee stoeten verhuizen naar de zondagen voor en na vastenavond. Verjonging en veel goesting. Tijd voor een nieuw decennium.

Jaren zeventig: de jongsten en de oudste

Ocharme de zusters. Moeder overste verbiedt hen om naar de stoet te gaan. Dus trekt de stoet dan maar naar de zusters. Veel groepen verlaten elk jaar het parcours om voor één nummertje af te zakken naar de speelplaats in de Kloosterstraat. De lustige nonnetjes houden van Peer Stoet. Weken vooraf verplichten ze hun kleuters en schoolkindjes om te knippen en te plakken en te kleuren en te knutselen rond carnaval. Vrijdagnamiddag voor de eerste stoet lijkt de koer op een verkleed bal.

Gustaaf II is de eerste prins die een schoolbezoek brengt, een traditie die nog steeds bestaat. Prins Leon I begint op magere dinsdag '75 met een kinderstoet die evolueert tot het kindercarnaval. Prins Noël I start een jaar later met een bezoek aan de senioren. En jawel, na drie dolle dagen bezoeken onze prinsen ook nu nog op woensdag de rusthuizen.

Carnavalisten zijn weinig thuis. In de jaren zeventig begint de traditie om met de bus bevriende bals te bezoeken. Bomvolle bussen bollen naar Westerlo, Balen, Dessel, Hoboken en Morstel. Tegenwoordig rijdt de prins en zijn gevolg een keer of tien uit. 

Supermoderne cassettes vervangen in de jaren zeventig de bandopnemers en Peer Stoet investeert in muziekhoorns. Een zinvolle investering want stoeten zit in de lift. De optocht telt steeds meer groepen, met beter afgewerkte acts. I

n '78 vieren de ajuinen... -excuseer- de Aalstenaars hun vijftigste carnaval. Naar aanleiding van dat heuglijke feit loopt in Brussel een internationale expo rond carnavalslanden zoals Duitsland, Italië en Brazilië. Met Eupen, Binche, Malmedy, Blankenberge, Hasselt, Bree en het kleine Herenthout is ook ons land mooi vertegenwoordigd. De conservatoren Verbesselt en Glotz wijzen archivaris André Cambré op de ouderdom van de Herenthoutse affiches. Vergelijkend onderzoek legt bloot dat Herenthout wel eens de oudste stoet van het land zouden kunnen zijn. De ontdekking leidt tot een polemiek met Aalst. Het kabinet cultuur van minister Rika De Bakker brengt in maart '78 uitsluitsel: 'Herenthout heeft de oudste carnavalstoet van België.' Einde discussie. Begin van een nieuw decennium. 

De jaren '80 en '90

Jaren tachtig: kwantiteit en kwaliteit

Elk Herenthouts huisgezin is geabonneerd op de Stoetmicroob. Een huis-aan-huisblad dat jaarlijks drie keer verschijnt, als 't moet. Via het tijdschrift spreekt de prins zijn onderdanen toe, geeft de grimeur tips of prikkelt columnist Snorreke. De Stoetmikroob verschijnt sinds '56 op stencilpapier. Vanaf '85 nemen drukpersen het handwerk over. Tegenwoordig is de Stoetmicroob een graag gesponsord glossy magazine. In '81 tekende Luc Van Tolhuyzen, zoon van prins Marcel I, de omslagtekening die bijna dertig jaar het blad zou sieren. Geen babe, maar wel de Microbus Carnavalus. Een venijnig vrolijke bacterie die carnavalitis veroorzaakt. De symptomen zijn een zeer droge lever en dorst.

Eén Stoetmicroob bevat telkens het volledig stoetprogramma. In de jaren tachtig vinden we daarin vaste waarden terug zoals de Liefkenshoekshow, De Blubbers, De Dalken en De Familie Klepkens. Imitato tekent voor de grootste stoetprocessie ooit en C.D. lokt Boudewijn en Fabiola naar de stoet. Het aantal groepen groeit naarmate de eighties vorderen. Het aantal stoeters stevent gestaag af naar de kaap van duizend. Evenredig met de kwantiteit stijgt de kwaliteit. De nuchtere Herenthoutenaar spreekt van sketches, dansjes en wagens. Maar eigenlijk gaat het om straattheater, choreografieën en praalwagens. In '86 zendt de toenmalige BRTN de stoet rechtstreeks uit. Archivaris André Cambré ontpopt zich daarbij tot Vlaanderens eerste stoetcommentator. Al zit zelfs den Dré met de mond vol tanden als de Niemandhoek het heilige huisje van Het Laatste Avondmaal omver werpt.

Vermeldenswaardig is dat Herenthout sinds de helft van de jaren tachtig ook een keizerlijk dorp is. Eet jullie hart uit, Herentals en Olen. Keizer Stanislas I en keizer Luc I dragen als eersten deze eretitel na vijfentwintig trouwe stoetjaren. Aan het einde van het decennium wuift Peer twee iconen uit. Frank Brockhoven neemt na een kwarteeuw het voorzitterschap over van de legendarische Miel Sprengers. Sooi Verwimp hing na zijn zilveren jubileum als nar zijn zotskap aan de kapstok. In '88 sluit Peer Stoet zich aan bij FEN-Vlaanderen, de Federatie van Europese Narren. Hier en daar horen we stemmen pleiten voor een eigen lokaal Stoetmuseum. Die stemmen zijn er nog steeds, maar vallen helaas in dovemansoren.

Jaren negentig: vieren en vuren

Herenthout viert honderd jaar stoet. Heel het dorp feest mee. In het centrum wapperen vrolijke vlaggen aan de gevels. De gemeente plant toeristische borden langs de invalswegen. Welkom in het stoetersdorp. Prins Rudi I mist zijn entree niet. Na zijn verkiezing verschijnt hij in het dorp op een witte hengst.

De befaamde Nederlandse carnavaloog Theo Fransen opent het eeuwfeest met de woorden: "Herenthout, een dorp met 8000 inwoners, weet hoe het spontaan carnaval moet vieren en mag zich zeker niet laten verleiden tot het wedijveren met de pracht- en praalstoet in Aalst." Tijdens de ludieke academische zitting 'De Elfde Dag' herhaalt voormalig minister Rica De Backer haar eerdere uitspraak: "Herenthout heeft de oudste georganiseerde vastenavondstoet van België tot het tegendeel bewezen wordt."

Nooit deden zoveel stoeters mee als in '92. Nooit lokte de stoet zoveel publiek. Al zat niet iedereen op het juiste spoor. Slechts twintig bezoekers zakken af met het 'stoetticket' van de NMBS. De honderd jaar jonge stoet is een pareltje. Vooraan loopt een fiere reus. Peer Stoet himself zal voortaan de kop trekken van zijn eigen parade. Onze stoet wint terecht de Cultuurprijs.

Stoeten zit weer in de lift. Het aantal stoeters blijft na de jubileumuitgave tegen de duizend schurken. Om de veiligheid van zoveel carnavalsgeweld te waarborgen verschijnt er een nieuw politiereglement. Vanaf '94 zijn maskers verboden op onze bals. Een maatregel die sinds '60 niet meer van kracht was. Maar safety first! Diezelfde alertheid gold in zaal Lux. Tijdens het bal danste daar zoveel volk, dat de brandweer de polonaise op het balkon in de zaal verbood. De Nacht van Herenthout brengt sinds het eerste bal in '69 ongeveer 2.500 bezoekers op de been. Met ver over de drieduizend bezoekers is ons bal tegenwoordig geen bal meer, maar een heus evenement.

Prins Bart I staat tijdens zijn stoet in '95 fier op de commandobrug van zijn praalwagen. Bart Stubbe is immers in zijn vrije tijd brandweerman. Het lot kan grillig zijn. Dinsdag 18 april '95. Een onheilspellende rookzuil stijgt op vanuit de Molenstraat. Ons kledingmagazijn staat in brand! De vuurzee bedreigt aanpalende panden, waaronder de ouderlijke woning van prins Bart I. Samen met zijn collegae brandweerlui blust Bart de ziel uit zijn lijf. Het korps kan de Molenstraat behoeden voor een ramp, maar de vlammen verteren onherroepelijk de volledige kostuumcollectie van Peer Stoet. Generaties pitteleers, hoedjes en pruiken keren tot as.

Maar Peer verrijst uit zijn as. Drie maanden later begint de renovatie van wat ooit feestzaal De Markt was. Lege rekken wachten in de Kloosterstraat op nieuwe kostuums. Een golf van solidariteit overspoelt het stoetersdorp. Prins Bart I organiseert een benefietfuif en cafébazen tappen tijdens 'Kroegen voor de Stoet'. Een vijftiental naaisters werkt zich uit de naad in het gelegenheidsconfectieatelier Olgatex. De dames naaien ijverig aan de basisstukken voor carnaval. Zoals daar zijn nonnen, paters en apen. VDAB Turnhout biedt spontaan steun en laat zijn naaicursisten het maatwerk verzorgen. Peer Stoet koopt zelfs honderden -krappe- kostuums op uit de magazijnen van de openbare omroep. Bibliothecaris Joris Peeters boetseert voor de tweede keer op drie jaar tijd een nieuwe reus. Peer Stoet staat er weer. Klaar om het nieuwe millennium in te waggelen.

 

 

Tegenwoordig

Peer Stoet start het tweede millenium gezond en wel. Ongeveer 900 stoeters stoppen ieder jaar veel tijd en energie in twee stoetzondagen, samen goed voor ongeveer tienduizend bezoekers. Meer dan ooit te voren is onze stoet een massa-evenement. De bals barsten uit hun voegen. Daarom werkt het bestuur sinds enkele jaren met werkgroepen. Binnen de geprofessionaliseerde vzw van Peer Stoet is er veel oog voor veiligheid, efficiëntie en transparantie. De kwaliteit van de optocht lijkt hoger te liggen dan ooit te voren. Kostuums zijn verzorgd, danspasjes gerepeteerd tot in het detail.

Kritiek is er altijd. Sommige stoetexperten -en zijn we dat niet allemaal- beweren dat de humor uit de stoet verdwijnt. Peer Stoet denkt dat dit niet klopt. Elke generatie viert carnaval op zijn manier. En dat kunnen we niet verbieden. Integendeel. Dat moeten we steunen. Het bestuur probeert Peer Stoet fris en modern te houden, zonder de tradities te verloochenen. 

In 2013 viert Peer Stoet een wel heel bijzonderde verjaardag. 's Lands oudste stoet blaast 121 kaarsjes uit. Waarom dit zo speciaal is? Omdat 121 gelijk is aan elf maal elf. En elf is in carnavaleske milieus een heel magisch getal. Het bestuur steekt veel tijd in de voorbereiding van de festiviteiten.

Elf -toeval?- voorstellen worden er gerealiseerd. Peer Stoet lanceert een stoethangertje, stoetpostzegels, stoetvlaggenmasten, stoetborden, een stoetquiz, een academische zitting en een stoetaffiche- en een stoetpoëziewedstrijd. Charel Cambré tekent een stoetstrip en Rik Van de Wouwer construeert een prachtig stoetstandbeeld. Het tiende initiatief is een felgesmaakte Dag van de Stoeter, waarop het bestuur alle trouwes stoeters in de watten legt. Enkel het elfde initiatief blijft voorlopig een droom. Het blijft een streven om onze stoet te laten erkennen als UNESCO-werelderfgoed.

Anno 2015 is Peer Stoet 125 stoeten jong en gezonder dan ooit te voren. Alaaf. Alaaf. Alaaf. 

Copyright © 2014    
Herenthoutse Karnavalvereniging Peer Stoet vzw